Het begon...
in september of oktober 1995. Met Laurens die de Amsterdamse stellingroute wilde fietsen en mij (Diet) die net een wandelclubje wilde starten, weer of geen weer. Een en een is dan al gauw twee. Met vijf mensen – Dieke, Laurens, Feddo, Tom en ik – gingen we op pad, die zondagochtend met veel regen en wind. Avontuur!
Nu slingert de stelling van Amsterdam zich rondom de stad, en wij begonnen dicht bij huis, het eerste stuk van de Schellingwouderbrug over en dan naar rechts de Diemerzeedijk op. Die was toen wel afgesloten wegens vervuilde grond, maar met wat doorzettingsvermogen kom je een heel eind. Het was er stil en groen en er groeiden zelfs walnotenbomen. Even proeven, vervuild of niet. Intussen regende het nog steeds, maar ik was opgetogen: we did it!
Bij het eerste fort – Diemerdam – hebben we ook de eerste groepsfoto gemaakt. Of het fortenboek toen al mee was herinner ik me niet meer. Later sleepte Laurens dat telkens mee, om ons voor te lezen over inundatie, batterijen, keelkazematten, genieloodsen en slaperdijken. Of maakte hij gewoon fotokopietjes? In Muiden was ik al stuk. Later zou dat beter worden. We namen er een borrel en wie weet ook al bitterballen. De hele volgende dag was ik trots en vervuld van onze prestatie. We hadden het weer getrotseerd en het zondagsgevoel verslagen.
En toen...
kwamen er al gauw mensen bij, die de stelling van Amsterdam ook wel eens wilden bekijken. Aad, Frank en Marjan, Judith, Trudy en Marij bijvoorbeeld. In een omtrekkende beweging rond de stad kregen we oog voor het fortenlandschap: aan bepaalde bosjes, dijken en huizen (vooral de genieloodsen) kon je zien dat we in de buurt van een fort kwamen. Soms konden we er zelfs in en was het fort een padvindershonk, een schietclub, jachthaven, een reïntegratieproject voor kanslozen of restaurant. En telkens weer namen we de groepsfoto, liefst met zelfontspanner. Weer of geen weer.
Iets meer over de Stelling van Amsterdam
De stelling telt 42 forten, die in een ring van 135 kilometer rond Amsterdam liggen. Het is een inundatiestelling, die gebouwd is tussen 18.. en 1914. Als de vijand Amsterdam naderde zou een ingenieus stelsel van sluizen en gemalen de landerijen buiten de ring binnen twee dagen veranderen in één grote watervlakte. Niet zo diep dat het water bevaarbaar was maar zeker kniediep, zodat legers, paarden en kanonnen er reddeloos in zouden blijven steken. Vanachter de batterijen en wallen bij de forten zouden ze met kanonvuur beschoten worden en genadeloos worden verslagen. Tenzij het vroor natuurlijk. Op het omringende landschap was de aanleg van de stelling van grote invloed. Er mochten binnen een bepaalde kring van elk fort alleen houten huizen en schuren gebouwd worden. Want als de vijand optrok konden die snel in brand worden gestoken en was het schootsveld weer helemaal vrij. De afstand tussen de forten bedraagt maximaal drie kilometer, zodat buurtforten elkaar dekking konden geven. Inderdaad ingenieus.
Alleen: de vijand kwam niet. Nederland verklaarde zich in 1914 neutraal. Wel werden er in de forten manschappen ondergebracht, maar gevochten werd er niet. Later maakten gevechtsvliegtuigen de hele grondslag achterhaald. De stelling ligt erbij als een fossiel uit een vergleden tijd. Maar prachtig is het wel, het denk- en graaf- en metselwerk dat ervoor is verricht kan je er nog voelen, de heroïek ook. Bovendien: omdat de forten lange tijd verboden terrein waren – sommige zijn dat nog steeds – zijn het natuureilanden, met een grote rijkdom aan bomen, planten en dieren. In 1996 werd de stelling door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed. Wij hadden toen net een stuk of vijf etappes afgelegd…
Het traject
Diemerdam, Muiden, Weesp, Uitermeer, Hinderdam, Nigtevegt, Abcoude, Winkel, Botshol, Waveramstel, Uithoorn, Drecht, Kwakel, Kudelstaart, Aalsmeer, Hoofddorp, Vijfhuizen, Aan de Liede, Liebrug, Bezuiden Spaarndam, Benoorden Spaarndam, Zuidwijkermeer, Velsen, Sint Aagtendijk, Veldhuis, Aan de Ham, Krommeniedijk, Marken-Binnen, Spijkerboor, Jisperweg, Middenweg, Nekkerweg, Benoorden Purmerend, Kwadijk, Edam, Vuurtoreneiland Durgerdam en last but not least Pampus: we hebben ze allemaal gezien of in de bosschages vermoed. Naar fort IJmuiden hebben we gezwaaid.
En onderweg was er ook van alles te zien: een sloot met honderden paaiende karpers, een privé-museum voor huishoudelijke en andere handige toestellen, een vooroorlogse groentewinkel, paarden die voor het eerst weer de wei in mochten, roof- en andere vogels en de meest mooie plekken om te wonen. Uitspanningen die me nog voor de geest staan: de bouwkeet waar een Thaise keukenprinses (schoondochter of slavin?) heerlijke soep maakte, de falafeltent middenin de weilanden, het café met alleen maar tijdschriften over allerlei schiettuig (maar wel zand op de vloer). En bijna elke keer waren er bitterballen. Twee keer zijn we door en door verregend. Wat niet veel is in een land als Nederland.
En daarna...
Na een jaar of twee hadden we de stelling helemaal gerond. Daarna
liepen we een stuk van de Hollandse waterlinie, van het pelgrimspad
en het duin- en polderpad. De laatste tijd lopen we te hooi en te
gras, met een duidelijke voorkeur voor polderlandschappen. Omdat
we niet te ver van huis willen vallen we wel wat in herhaling, maar
in de winter ziet alles er toch anders uit dan ’s zomers.
Laurens opperde laatst al dat we de stelling maar eens achterstevoren
moesten lopen. Oftewel tegen de klok in. Wie weet doen we dat nog
eens. Dan noemen we ons ‘de omgekeerde stelling’.